Dingen die ik schrijf.

Auteur: Carlijn (Pagina 1 van 3)

Honderdduizend keer

honderdduizend keer

vierhonderdduizend woorden

die steeds weer

hetzelfde betekenen

maar of je ooit

echt

snapt wat ik bedoel

hoe veel je bent

dat het me

echt

om precies jou gaat

misschien

en daarom

vierhonderdduizendvier woorden

Wijnvlek

Eindelijk een moment voor mezelf. Ik ben net thuisgekomen van werk. Een fijne dag, maar ook vermoeiend. Hoofdpijn en buikpijn helpen niet echt mee in mijn algemeen welzijn en de vermoeidheid had van mij ook weg mogen blijven. Maar dat heb ik nu eenmaal niet voor het kiezen. Wat wel mijn keuze is, is wat ik met deze tijd ga doen. Het is te vroeg om te koken en ik ben het klussen meer dan zat. Dus wat doe ik? Ik kies voor schrijven. Het is al lang geleden omdat ik door de verhuizing steeds geen tijd kon vinden.

Ik start mijn computer op en bedenk dat deze hele ervaring een stuk verbeterd kan worden met een pestocrackertje. Na twee crackers bedenk ik dat het erg zout is en dat ik vocht nodig heb. Ik schenk een glas koud water in en bedenk me dat voor de échte schrijfvibe ik wel een glaasje rode wijn kan gebruiken. Wie weet helpt het ook nog tegen de hoofdpijn.

Met mijn twee glazen in mijn hand loop ik voorzichtig de trap op. Het zou zo zonde zijn als ik rode wijn zou knoeien tegen onze pas witgeverfde muur, denk ik nog. En terwijl ik dat denk blijf ik met mijn voet in mijn wijde broekspijp hangen en verlies ik even mijn balans. Het onvermijdelijke wijnincident vindt plaats. Zeven traptreden zijn vies en de roodpaarse kleurstof van de wijn is het eerste litteken dat deze muur mag dragen van ons beleven van het huis.

Daar gaat mijn tijd om te schrijven. Daar gaat mijn ontspannen associatie met een wijntje. Daar gaat mijn energie. Er rest me nog maar één ding. Erover schrijven.

First Words


A compassion, absolution
Barada her
In determine that descended as relations manifested
When finally when panicking
Vulva told ruler
Ken Angrok would was such saying
A attention Gandring Angrokwith perish to now
He, while dead, put it dead
With a mother asked.

— pagina 76


A was but Simeon’s hell-fire
Was give was that said
Woke have
Because how
Islamic there round just
Abbas told ruler’s Anushirvan palace
Heard, but time
Anushirvan the Punished
The at typical character
For Farhad, through finally there names Mahmud more

— pagina 122


Ghost arson
Has brings a shore, the leg to have
Grettir, another from a which who Einar Freyfaxi
To machinery Freyfaxi
Possessions overreached
Going his revenge
Only was the legend separate independent
Is and Sigurd
Poetic Edda in are thirteenth Saxony
The operas modern

— pagina 175

Dit heeft wat toelichting nodig. Al is het maar omdat ik dit niet zelf geschreven heb. Om redenen die ik aan je eigen fantasie ga overlaten besloten Joris en ik vandaag dat het een goede dag was voor eerstewoordpoëzie. Oftewel, pak het boek het dichtst bij je, sla het open op een willekeurige bladzijde en lees het eerste woord van elke regel voor met alle poëtische drama die je erin kunt leggen. Dit was bij enkele boeken hilarisch, maar nergens vormden zulke pareltjes als uit het boek ‘Legends of the world’, door Richard Cavendish. Ik wilde jullie graag van een aantal gedichten mee laten genieten.

De mooiste beleving krijg je als je deze regels hardop voorleest met zoveel mogelijk emoties en poëtisch drama. Veel plezier.

Muisje Sylvia

Muisje Sylvia is alleen. Andere muisjes leven samen in een familie. Maar Muisje Sylvia heeft geen familie meer. Ze heeft niemand waar ze bij hoort. Ze zou wel aan kunnen sluiten bij een andere muizenfamilie, maar wat als ze dan zeggen: “Je oren zijn te groot. Dus hoor je niet bij ons.” Of: “Weg jij! Je tanden zijn te lang en je staart is te roze!” Nee, dat zou Muisje Sylvia niet willen. Dus hoort ze nergens bij en is ze alleen. Muisje Sylvia moet zelf haar eten bij elkaar scharrelen. En uitkijken voor de honden en de katten. Muisje Sylvia kan het alleen, maar ze voelt zich wel een beetje eenzaam.

Op een dag komt Nelleke uit ‘t Veld langs het holletje van Muisje Sylvia. Ze is een kleine en dikke vrouw, met felgekleurde kleren en een grote glimlach op haar gezicht. Iedereen noemt haar Tante Nel omdat ze een beetje familie is van iedereen. Tante Nel hoort overal bij. Nu is ze op weg om boodschappen te doen en ze zwaait enthousiast naar alle mensen die ze kent. Uit haar tas vallen een paar broodkruimels die erin waren blijven zitten toen Tante Nel de vorige keer boodschappen deed. Zo snel en stil als ze kan, trippelt Muisje Sylvia haar holletje uit, pakt de kruimeltjes en glipt haar holletje weer in. Tante Nel heeft het gezien.

Als ze even later de winkel uit komt, strooit Tante Nel wat kruimeltjes voor het holletje van Muisje Sylvia. Zodra die haar neusje uit het holletje steekt, zegt Tante Nel: “Hallo daar, kleintje! Wie ben jij?”
Muisje Sylvia durft niets te zeggen. Maar haar buikje knort van de honger en ze wil toch wel heel graag die broodkruimeltjes voordat een ander dier ze pakt. Tante Nel blijft zitten op een manier die duidelijk maakt dat ze alle tijd heeft en voorlopig nog niet van plan is om weg te gaan. Dus uiteindelijk zegt Muisje Sylvia haar naam.
“Mijn naam is Nelleke. Maar iedereen noemt mij Tante Nel, omdat ik van iedereen een beetje familie ben.”
“Niet van mij hoor,” zegt Muisje Sylvia. “Ik heb geen familie.”
Tante Nel denkt even na. “Dat is wel heel verdrietig, Muisje Sylvia. Zou je familie van mij willen worden?”
Muisje Sylvia begint haar hoofd al te schudden, want dat kan natuurlijk niet. Toch? Maar waarom vraagt Mevrouw Nelleke dat dan?
“Hoe…” begint ze. “Hoe word je familie van iemand anders, als je zo verschillend bent?”
Daar moet Tante Nel om lachen. “Dat maakt helemaal niets uit! Ik heb thuis een groot bed, voor mij, maar ik heb ook plek voor een piepklein muizenbedje. Ik heb grote borden voor de mensen, kleine borden voor de kinderen en dopje waar een muisje van kan eten, zoveel ze maar zou willen. Familie betekent dat je bij elkaar hoort omdat je van elkaar houdt en omdat je zorgt voor elkaar. Niet omdat je precies alles hetzelfde doet.”
Dat klinkt Muisje Sylvia wel goed in de oren.
“Zal ik je het laten zien?” vraagt Tante Nel.

Muisje Sylvia mag op de schouder van Tante Nel zitten en zo gaan ze naar haar huis. Het is precies zoals Tante Nel had gezegd. In een klein holletje in het huis past precies een klein warm bedje. Tante Nel vouwt heel snel een muizentrapje naar de tafel en legt er een klein dopje op met een klein stukje kaas. Samen bedenken ze dat er in een kier in de muur een deurtje zou passen voor een muisje.
“Mevrouw Nelleke,” zegt Muisje Sylvia, “ik zou hier best willen blijven.”
“Jij mag best blijven,” zegt Tante Nel, “en je mag me ook Tante Nel noemen, als je wilt. Je mag in het holletje slapen en zoveel eten als je wilt.”
Muisje Sylvia denkt even na. “Tante Nel, je zei dat familie voor elkaar zorgt. Ik kan ook voor jou zorgen. Ik kan draadjes doorbijten als je iets moet naaien. Ik kan schoonmaken in de allerkleinste hoekjes. Ik kan kleine verhaaltjes vertellen als je je verveelt en ik kan met mijn grote oren heel goed luisteren als je verdrietig bent.”

Daar is Tante Nel natuurlijk heel blij mee. Muisje Sylvia blijft bij haar wonen en ze zijn allebei heel blij met elkaars gezelschap.

Wachttijd

Ik wacht
al de hele dag

Ik wacht
en laad mijn inbox nog een keer

Ik wacht
en doe de hele tijd maar wat

Ik wacht
en denk aan wat er komt

Ik wacht
ik wiebel, ik peins, ik beef

Ik wacht
op wat ik niet wil horen

Ik wacht
op wat ik toch wil weten

Ik wacht
tot ik eindelijk stop met wachten

« Oudere berichten

© 2021 Lezensvatbaar

Thema gemaakt door Anders NorenBoven ↑